Citaat | Hoge Raad 19 juni 1968

Alinea 41 Hoge Raad 19 juni 1968

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1968, ECLI:NL:HR:1968:AX5955.

De in casu geschapen rechtstoestand verschilt dus praktisch niet van die welke zou zijn ontstaan bij schenking van dividendbewijzen en in het geheel niet van die welke zou zijn ontstaan bij zodanige schenking onder voorwaarde van overleving en een beding omtrent claimopbrengsten. Nu, zoals hiervoor is betoogd, het enig oogmerk van belanghebbende met het verrichten van schenkingen in de gekozen vorm is geweest de werking van artikel 27, tweede lid, te verijdelen, brengt het leerstuk der wetsontduiking mede de tijdens de ingestelde vruchtgebruiken gedeclareerde dividenden bij de schenker te belasten. Wellicht ten overvloede zij nog opgemerkt dat niet elke schenking van een vruchtgebruik, met name niet de vestiging van een vruchtgebruik voor onbepaalde tijd zonder de mogelijkheid van opzegging en de vestiging van een vruchtgebruik voor geruime tijd onder de werking van artikel 27, tweede lid, zal vallen. In deze gevallen zal immers gevoeglijk kunnen worden aangenomen dat aan de schenking niet de opzet ten grondslag heeft gelegen de werking van artikel 27, tweede lid, te verijdelen.";

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cef4fe121504f2b9e9d3ac1637a6545d68ffedc3b28bda5a6c93408df7f3ed18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cef4fe121504f2b9e9d3ac1637a6545d68ffedc3b28bda5a6c93408df7f3ed18, en de alinea staat in dat document op bytes 27520 tot 28630.