Citaat | Hoge Raad 19 juni 1968

Alinea 46 Hoge Raad 19 juni 1968

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1968, ECLI:NL:HR:1968:AX5955.

dat echter doel en strekking van artikel 27, lid 2, zouden worden miskend, zo het buiten toepassing werd gelaten, indien een recht van vruchtgebruik van aandelen klaarblijkelijk niet om de reële praktische betekenis van dit zakelijke recht geschonken is, maar om met het oog- merk om belastingheffing te verijdelen een rechtstoestand in het leven te roepen, welke niet of vrijwel niet verschilt van die, welke zowel de Regering als de Staten-Generaal voor ogen stond, toen met de aanvaarding van artikel 27, lid 2, in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een onwederlegbaar vermoeden werd opgenomen, dat aan de schenking van dividendbewijzen, betrekking hebbende op nog niet opeisbare dividenden, het door schenker en begiftigde beoogde rechtgevolg voor de heffing van de inkomstenbelasting ontzegt;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cef4fe121504f2b9e9d3ac1637a6545d68ffedc3b28bda5a6c93408df7f3ed18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cef4fe121504f2b9e9d3ac1637a6545d68ffedc3b28bda5a6c93408df7f3ed18, en de alinea staat in dat document op bytes 29868 tot 30682.