Citaat | Hoge Raad 3 april 1968
Alinea 11 Hoge Raad 3 april 1968
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AX5999.
"Belanghebbende is als hoogleraar in dienst van de Stichting [A] te [Z] (de Hogeschool). Krachtens de desbetreffende arbeidsovereenkomst verkreeg hij voor 14 mei 1965 recht op een vakantie-uitkering voor het jaar 1965 ten bedrage van f 1.913,72. Bij notariële akte van 14 mei 1965 schonk -- en leverde - belanghebbende gemeld recht, waard f 1.913,72, aan de Stichting [B] (de Stichting); op deze datum was het loonbedrag van f 1.913,72 nog niet vorderbaar en inbaar. Een afschrift van deze akte werd aan de Hogeschool gezonden en belanghebbende deelde zijn werkgeefster mede, dat zij het bedrag van de vakantie-uitkering aan de Stichting moest overmaken. Vervolgens heeft de Hogeschool in juni 1965 het bedrag van f 1.913,72, nadat dit vorderbaar en inbaar was geworden, aan de Stichting uitbetaald. De Inspecteur heeft het in de aanslag begrepen belastbaar inkomen als volgt berekend:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d, en de alinea staat in dat document op bytes 5036 tot 5935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d | shasum -a 256