Citaat | Hoge Raad 3 april 1968
Alinea 60 Hoge Raad 3 april 1968
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AX5999.
II. Indien het Hof bedoeld heeft te beslissen dat een belastingplichtige geniet door bij wege van schenking over het recht op de inkomsten te beschikken, dan moet men deze zienswijze eveneens onjuist achten. In deze zienswijze beschikt men niet over reeds genoten loon, maar geniet men loon door erover te beschikken. Voor deze zienswijze is evenmin in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een grondslag te vinden. Meende aanvankelijk de besluitgever in de Leidraad, dat onder het genieten van artikel 15 van het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 - in navolging van de Duitse rechtspraak op paragraaf 11 Einkommensteuergesetz - ook diende te worden gerangschikt het vervreemden om niet van het recht op de inkomsten, terecht heeft de Hoge Raad deze zienswijze niet gevolgd. Hoezeer een heffing bij schenking van lopende inkomsten voor de hand ligt, de redactie van de artikelen 15 en 36 gaven hiertoe - anders dan in Duitsland - niet de interpretatieve vrijheid. De ontwerper van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 had nu het probleem van de schenking van lopende inkomsten principieel kunnen benaderen. Dit is echter niet gebeurd. In artikel 27 is een specifieke regeling opgenomen voor de vervreemding van lopende termijnen van renten, huren, pachten en dividenden. Hieruit moet men afleiden dat voor alle lopende inkomsten het oude regime gehandhaafd is. Schenking van een termijn van een lijfrenterecht, van een winstrecht en dergelijke kan mitsdien niet leiden tot een belastingheffing bij de schenker. Dit kan men betreuren, omdat de economische werkelijkheid (zie paragraaf 41 van de Leidraad op het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941) geweld wordt aangedaan, maar de Wet op de inkomstenbelasting 1964 geeft - door de introductie van artikel 27 - nog minder dan het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 de gelegenheid om aan deze toestand te ontkomen. De fiscus dient de gevolgen te dragen van zijn fragmentarische wijze van wetgeving. Omdat een aantal vormen van overdracht van lopende inkomsten sterk de aandacht trekt, wordt een regeling voor deze vormen gecreëerd. Een principiële benadering van het probleem heeft ontbroken. Het zou onjuist zijn, indien de rechterlijke macht het tot zijn taak zou rekenen om alle gaten, die ten gevolge van deze wetgevingstechniek ontstaan, te dichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d, en de alinea staat in dat document op bytes 23235 tot 25559.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d | shasum -a 256