Citaat | Hoge Raad 3 april 1968
Alinea 67 Hoge Raad 3 april 1968
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AX5999.
Overwegende dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964 - bepaaldelijk uit het voorlopig verslag betreffende het ontwerp voor deze wet, bladzijde 3, rechterkolom, en bladzijde 4, linkerkolom, en de daarop gevolgde Memorie van Antwoord, bladzijde 5, rechterkolom, en bladzijde 6, linkerkolom, - duidelijk blijkt, dat het niet de bedoeling is geweest om uitkeringen ten laste van de werknemer ingevolge op hem rustende persoonlijke verplichtingen, welke door de werkgever op zijn loon worden gekort en rechtstreeks aan derden worden uitbetaald, voor die derden als "loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander" te doen gelden;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d, en de alinea staat in dat document op bytes 30430 tot 31130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b06fb7eb453dd55d1fb1815193b8ee0098e10e8ff2556eb6548eff685df8aa4d | shasum -a 256