Citaat | Hoge Raad 18 april 1969

Alinea 33 Hoge Raad 18 april 1969

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 1969, ECLI:NL:HR:1969:AC4925.

dat de Gemeente, indien [betrokkene 1] de kleilaag niet afgegraven had, eerst deze kleilaag zou hebben moeten laten afgraven, voordat met het afvoeren van het zand kon worden begonnen, hetgeen de Gemeente minstens ƒ 2,-- per m3 afgevoerde klei, derhalve minstens ƒ 26.000,-- gekost zou hebben, met welk bedrag de Gemeente derhalve zonder redelijke grond ten koste van [betrokkene 1] verrijkt zou zijn; dat hij derhalve zijn vordering wenst aan te vullen en te vermeerderen in dier voege dat hij subsidiair veroordeling vordert van de Gemeente ter zake van ongerechtvaardigde verrijking aan hem tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 26.000,-- met rente en kosten;”;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af61fc8aae0efa45a046147f40cc8f0cb302758eb512c86cded55c6fb46d05a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af61fc8aae0efa45a046147f40cc8f0cb302758eb512c86cded55c6fb46d05a2, en de alinea staat in dat document op bytes 18321 tot 19043.