Citaat | Hoge Raad 18 april 1969

Alinea 41 Hoge Raad 18 april 1969

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 1969, ECLI:NL:HR:1969:AC4925.

dat [betrokkene 1] dat werk niet zou zijn begonnen met de wetenschap dat hem dit werk van de Berghaven niet zou worgen gegund; dat de Gemeente door die werkzaamheden is gebaat en dat wel tot een bedrag van op zijn minst ƒ 15.725,--, tot welk bedrag [betrokkene 1] schade heeft geleden reeds en ook uit hoofde van onverschuldigde betaling, had moeten toewijzen;”; Overwegende ten aanzien van het eerste en het derde onderdeel van het eerste middel in het principale beroep: dat het Hof in de dertiende rechtsoverweging van het bestreden arrest heeft overwogen dat de Rechtbank in haar eindvonnis voldoende aanknopingspunten heeft gegeven om de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking toe te wijzen, hetgeen betekent dat het Hof de overwegingen van de Rechtbank omtrent deze aanknopingspunten – in het tweede onderdeel van het middel weergegeven – heeft overgenomen en tot de zijne gemaakt; dat deze onderdelen mitsdien feitelijke grondslag missen; Overwegende ten aanzien van het tweede onderdeel van het eerste middel: dat het Hof bij zijn beslissing omtrent de toewijsbaarheid van de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking is uitgegaan van de volgende feiten en omstandigheden: dat de Gemeente een in de Berghaven te Katwijk gelegen hoeveelheid zand met een daarop rustende kleilaag wilde doen verwijderen; dat [betrokkene 1] in overleg met de directeur van Openbaar Werken van de Gemeente een offerte voor de uitvoering van dit werk heeft gedaan; dat [betrokkene 1] er zozeer op rekende dat hem het werk zou worden gegund, dat hij enig risico durfde nemen en heeft genomen door met medeweten en toestemming van voornoemde directeur met het afgraven van de kleilaag te beginnen voordat hem het werk was gegund, hetgeen hij niet zou hebben gedaan indien hij geweten had dat het werk aan een ander zou worden gegund; dat toen de Gemeente aan [betrokkene 1] berichtte, dat zij het werk aan een ander had gegund, er nog slechts een klein deel van de af te graven kleilaag was overgebleven; dat de Gemeente door evenbedoeld afgraven voordeel heeft genoten en dat [betrokkene 1] door die werkzaamheden nadeel heeft geleden;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af61fc8aae0efa45a046147f40cc8f0cb302758eb512c86cded55c6fb46d05a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af61fc8aae0efa45a046147f40cc8f0cb302758eb512c86cded55c6fb46d05a2, en de alinea staat in dat document op bytes 50120 tot 52353.