Citaat | Hoge Raad 18 april 1969

Alinea 47 Hoge Raad 18 april 1969

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 1969, ECLI:NL:HR:1969:AC4925.

Vernietigt het bestreden arrest, doch alleen voor zover het Hof daarbij opnieuw recht heeft gedaan; Ontzegt verweerder in cassatie zijn vordering en veroordeelt hem in de aan de zijde van de eiseres tot cassatie gevallen kosten van het geding, in eerste aanleg in totaal, met inbegrip van de kosten der deskundigen ad ƒ 1.829,70, begroot op ƒ 3.389,70, in hoger beroep op in totaal ƒ 1.538,50, en in cassatie tot deze uitspraak op ƒ 118,-- aan verschotten en ƒ 1.350,-- voor salaris; Verwerpt het incidentele beroep en veroordeelt incidenteel eiser tot cassatie in de op het beroep gevallen kosten, aan de zijde van incidenteel verweerster in cassatie tot deze uitspraak begroot op nihil aan verschotten en ƒ 350,-- voor salaris. Aldus gedaan door Mrs. de Jong, Vice-President, Dubbink, de Meijere, Peters en Minkenhof, Raden, en door Mr. Dubbink voornoemd uitgesproken ter openbare terechtzitting van de achttiende april 1900 negen en zestig, in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Berger.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af61fc8aae0efa45a046147f40cc8f0cb302758eb512c86cded55c6fb46d05a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af61fc8aae0efa45a046147f40cc8f0cb302758eb512c86cded55c6fb46d05a2, en de alinea staat in dat document op bytes 54674 tot 55726.