Citaat | Hoge Raad 29 januari 1969

Alinea 56 Hoge Raad 29 januari 1969

Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 1969, ECLI:NL:HR:1969:AX5893.

Het is duidelijk dat het verwijt van willekeur niet kan treffen de belastingplichtige die tot stelselwijziging wenst over te gaan in 1965, het eerste jaar onder vigueur van de nieuwe wet. Bovendien heeft integrale passivering van de litigieuze verplichtingen in 1965 – over de periode 1954-1964 in totaal bezien – hetzelfde effect als ware het nieuwe systeem van de aanvang af gevolgd. De stelling in het beroepschrift, dat passivering in voorgaande jaren niet tot onverrekenbare verliezen zou hebben geleid, is onweersproken gebleven. Het tarief van de vennootschapsbelasting is nauwelijks progressief te noemen. Ook in feite is er derhalve van enig belastingvoordeel geen sprake. Evenmin kan er bezwaar bestaan tegen het enkele feit, dat over 1965 een winst wordt geconstateerd die noch met de jaarwinst volgens het oude stelsel berekend, noch met de jaarwinst berekend volgens het nieuwe systeem, overeenkomt. Het is immers regel dat bij wijziging van de gedragslijn de winst in het jaar van wijziging elementen van beide systemen bevat. De continuïteitseis dwingt daar veelal toe. Het beginvermogen blijft dan op de oude wijze berekend, het eindvermogen wordt in overeenstemming met het nieuwe stelsel vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8231b7bff1b5db4b2f62794b155fc51f68b75a5c183991fd39cbd8def8ae27c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8231b7bff1b5db4b2f62794b155fc51f68b75a5c183991fd39cbd8def8ae27c1, en de alinea staat in dat document op bytes 22692 tot 23929.