Citaat | Hoge Raad 21 april 1971
Alinea 72 Hoge Raad 21 april 1971
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 1971, ECLI:NL:HR:1971:AX5014.
" "Mocht U het noodzakelijk vinden dat door alle belanghebbende een door hen ondertekende verklaring wordt ingediend, dan verzoeken wij U ons dit mede te willen delen zodat wij hiervoor zorg kunnen dragen" ". Hiermede is in redelijkheid aan de tekst voldaan. Voor wat betreft het tijdstip van overgang van de aandelen krachtens huwelijksvermogensrecht zij het volgende opgemerkt: De meningen hierover in de fiscale literatuur zijn verdeeld. Naar onze mening vindt dit plaats bij de ontbinding van de huwelijksgemeenschap: de vrouw gaat daarna een eigen fiscaal leven leiden zodat afrekening vóóraf dan pas zinvol is. Ook C. van Soest in W.F.R. 4784 en 4785 is de mening toegedaan, dat de overgang plaatsvindt bij de ontbinding van de huwelijksgemeenschap, mede gezien de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet. Waar het hier om een facultatieve afrekeningsmogelijkheid gaat, en de Wet niet bepaalt, wanneer de overgang van de aandelen krachtens huwelijksvermogensrecht wordt geacht plaats te vinden moet aan de belastingplichtige te dezen vrijheid van handelen worden gelaten, uiteraard binnen de grenzen der Wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472ac6d8125b2d3bb4a8b8bfeef740e9cbf100954c4716c14574ceec9a442196. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472ac6d8125b2d3bb4a8b8bfeef740e9cbf100954c4716c14574ceec9a442196, en de alinea staat in dat document op bytes 25441 tot 26576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/472ac6d8125b2d3bb4a8b8bfeef740e9cbf100954c4716c14574ceec9a442196 | shasum -a 256