Citaat | Hoge Raad 21 april 1971

Alinea 74 Hoge Raad 21 april 1971

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 1971, ECLI:NL:HR:1971:AX5014.

Nu de Wet zich hierover niet uitlaat, is het een eis van redelijkheid, dat de verkrijgingsprijs van de aandelen in het onderhavige geval gesteld wordt op de waarde hiervan ten tijde van vestiging van belastingplichtige hier te lande, ook ingeval er geen recht op afrekening ex artikel 39, lid 10, der Wet zou bestaan. Het betrof een aanmerkelijk belang in een Duitse G.m.b.H. Er is geen grond voor heffing van Nederlandse inkomstenbelasting bij verkoop van deze aandelen over dat deel van de waarde-aangroei, ontstaan gedurende de periode vóór vestiging hier te lande. Hierop heeft de Nederlandse fiscus geen enkele claim.";

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472ac6d8125b2d3bb4a8b8bfeef740e9cbf100954c4716c14574ceec9a442196. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472ac6d8125b2d3bb4a8b8bfeef740e9cbf100954c4716c14574ceec9a442196, en de alinea staat in dat document op bytes 26620 tot 27259.