Citaat | Hoge Raad 9 juni 1972

Alinea 13 Hoge Raad 9 juni 1972

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 1972, ECLI:NL:HR:1972:AB4264.

dat eiseres tot cassatie - verder te noemen [eiseres] - bij exploot van 4 mei 1970 de verweerster in cassatie - [verweerster] - heeft gedaagd voor de Arrondissements-Rechtbank te Utrecht en haar veroordeling heeft gevorderd tot betaling van f 894,75 met rente, daartoe stellende dat zij in opdracht en voor rekening van [verweerster] , destijds handelende onder de naam Watersportbedrijf " [B] ", in oktober 1967 te [plaats] op het Watersportbedrijf " [B] " een botenhelling (botenlift) heeft hersteld voor de som van f 894,75, voor welk bedrag zij op 5 maart 1968 aan [verweerster] een factuur heeft gezonden; dat [verweerster] , ook ondanks ingebrekestelling en sommatie weigert, althans nalaat tot betaling van voormeld bedrag over te gaan;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7ca412d78a137b9ca153613e8a0fed2b039f6d9f81055d64b035435db62c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7ca412d78a137b9ca153613e8a0fed2b039f6d9f81055d64b035435db62c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 5491 tot 6247.