Citaat | Hoge Raad 9 juni 1972

Alinea 41 Hoge Raad 9 juni 1972

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 1972, ECLI:NL:HR:1972:AB4264.

2. dat [eiseres] bij conclusie van repliek haar stellingen heeft gehandhaafd en heeft gesteld, dat aan haar door [verweerster] de uitvoering van twee afzonderlijke werken was opgedragen, te weten het in uurloon lichten van de botenhelling (waarvan de kosten hebben bedragen f 894,75) alsmede het in aanneming herstellen van de beschoeiing van de botenhelling tegen een som van f 950, -- , van welke stelling [eiseres] bewijs door alle middelen rechtens, speciaal door getuigen, heeft aangeboden;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc7ca412d78a137b9ca153613e8a0fed2b039f6d9f81055d64b035435db62c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc7ca412d78a137b9ca153613e8a0fed2b039f6d9f81055d64b035435db62c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 15075 tot 15583.