Citaat | Hoge Raad 12 mei 1972

Alinea 116 Hoge Raad 12 mei 1972

Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 1972, ECLI:NL:HR:1972:AC2476.

dat de Rechtbank bij tussenvonnis van 8 maart 1968 heeft overwogen dat de persoonlijke verschijning van partijen niet tot het beoogde doel heeft geleid en [verweerder] tot getuigenbewijs heeft toegelaten, daartoe overwegende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80b8353a85df9c61f8f1705f1b850e8989a126ca80265cf699844fb281659c10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80b8353a85df9c61f8f1705f1b850e8989a126ca80265cf699844fb281659c10, en de alinea staat in dat document op bytes 34268 tot 34506.