Citaat | Hoge Raad 24 november 1972

Alinea 34 Hoge Raad 24 november 1972

Een alinea uit Hoge Raad 24 november 1972, ECLI:NL:HR:1972:AC5273.

dat [eiser]’s opvatting, als weergegeven in zijn grief 4 sub b, als zoude de bepaling van artikel 1570 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen niet geschreven zijn in het belang van de verhuurder, hem al evenmin kan baten; dat blijkens de toelichting op dit onderdeel van [eiser]’s bezwaren [eiser] bedoelt te stellen, dat dit voorschrift niet gegeven is om aan de verhuurder een voorwendsel te verschaffen om van een hem onwelgevallig huurcontract af te komen; dat de duidelijke tekst van voormeld artikel tot uitdrukking doet komen dat bij de vervulling van de omstandigheden als in de eerste zinsnede omschreven de huurovereenkomst van rechtswege vervalt, zodat zowel aan de zijde van de verhuurder, als aan de zijde van de huurder de verplichtingen uit die huurovereenkomst een einde nemen; dat zowel de verhuurder, als de huurder een beroep daarop toekomt en een beperking als door [eiser] voorgestaan daarin niet gelezen mag worden;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12e3d52288645b0dd55162fb6a5e3e618494cecb7ea1d5d4e65dba84aee01d5c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12e3d52288645b0dd55162fb6a5e3e618494cecb7ea1d5d4e65dba84aee01d5c, en de alinea staat in dat document op bytes 12187 tot 13157.