Citaat | Hoge Raad 22 juni 1973

Alinea 30 Hoge Raad 22 juni 1973

Een alinea uit Hoge Raad 22 juni 1973, ECLI:NL:HR:1973:AC5347.

3. Uit de schrifturen kan worden afgeleid, dat [eiser] zelf vist, maar bovenal vaartuigen aan derden ter beschikking stelt om daarmede de hengelsport te doen bedrijven. Als niet serieus bedoeld moet worden verworpen de stelling, dat [eiser] en de eerdergenoemde derden op de bedoelde wateren alleen maar voor anker zouden gaan liggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dea16db83c6dc4c46e02c11783fc97d882521fa5d7c80bab814f743a68897fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dea16db83c6dc4c46e02c11783fc97d882521fa5d7c80bab814f743a68897fe, en de alinea staat in dat document op bytes 8541 tot 8889.