Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1973

Alinea 30 Hoge Raad 17 oktober 1973

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4623.

In 1968 heeft belanghebbende met de Stichting vier overeenkomsten van levensverzekering afgesloten, die in de desbetreffende onderhandse akten van september en 5 oktober 1968 - welke in fotocopie tot de gedingstukken behoren - worden gekwalificeerd als lijfrente-overeenkomsten, terwijl daarin als begunstigden van de lijfrenten de vier minderjarige kinderen van belanghebbende, geboren in 1957, 1960, 1961 en 1964, zijn aangewezen. Op grond van deze overeenkomsten heeft belanghebbende zowel in 1968 als in 1969 4 x f 1.250, -- overgemaakt op de bankrekening van de Stichting, welke bedragen hij zowel in 1968 als in 1969 als persoonlijke verplichting ten laste van zijn inkomen heeft gebracht. De Inspecteur heeft voor het jaar 1969 deze aftrek ten bedrage van f 5.000, -- niet aanvaard. Ter dekking van het risico van overlijden van belanghebbende tijdens de duur van diens premieverplichting tegenover de Stichting op grond van de hiervoor bedoelde vier overeenkomsten, heeft belanghebbende bij een levensverzekeringmaatschappij een dalende risicoverzekering afgesloten - een fotocopie van de desbetreffende polis behoort tot de gedingstukken - met een verzekerde som van f 45.000, -- , telkens verminderd met f 5.000, -- per jaar en lopende van 29 januari 1969 tot 29 januari 1978; daarbij is het Bestuur van de Stichting als begunstigde aangewezen;";

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b, en de alinea staat in dat document op bytes 7523 tot 8892.