Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1973

Alinea 35 Hoge Raad 17 oktober 1973

Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4623.

Het opbouwen van een dergelijke voorziening kan op verschillende wijzen gebeuren. Terwille van een zo snel mogelijke opbouw van die voorziening - gelet ook op de te verwachten stijgingen van de studiekosten te zijner tijd - en zonder daarbij in de huidige periode zijn consumptief te besteden inkomen meer te besnoeien dan verantwoord en bereikbaar is, kiest hij de vorm, waarbij enerzijds de voorziening ten laste van zijn belastbaar inkomen kan worden gebracht en anderzijds een maximum aan rendement daarop kan worden gehaald. Die selectie uit de diverse mogelijkheden leidt dan in hoofdlijnen tot het benutten van de in artikel 45 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (de Wet) genoemde aftrek van premies voor lijfrenten, de vrijwel enige in de Wet voorziene mogelijkheid om besparingen ten laste van het huidige inkomen te brengen ter voorziening in latere uitgaven, met name uitgaven ter voorziening in het levensonderhoud. Na deze keuze is een voor de hand liggende vorm dan de studieverzekering of studierenteverzekering bij een levensverzekeringmaatschappij. Daartoe heeft belanghebbende echter niet besloten, aangezien het rendement op dergelijke verzekeringen - door kosten en winstopslag van de maatschappij - beneden niveau ligt. Hij heeft de behartiging van zijn familiale belangen voor wat dit onderdeel betreft, toevertrouwd aan de daartoe opgerichte Stichting, daarbij overwegende dat de totale premiestorting van f 5.000, -- per jaar in de opbouwperiode en ook nog daarna een maximaal rendement biedt, enerzijds doordat hij op deze wijze in staat is een bedrag vóór belastingen voor dit doel af te zonderen - het marginale percentage is in casu rond 60% - en anderzijds doordat de rentebaten op de samengestelde premies binnen de Stichting netto aangroeien tot dekking van de lijfrenteuitkeringen te zijner tijd. Er staat tegenover dat het nu als lijfrentepremie af te trekken bedrag plus de daarop gekweekte rente straks bij de lijfrentegenieters aan belasting is onderworpen en dat belanghebbende wellicht geheel of gedeeltelijk het recht op kinderbijslag en kinderaftrek zal verliezen. Niettemin zal het geheel hem van voordeel kunnen zijn en voldoet het aan een reëel gevoelde behoefte toekomstige hoge uitgaven te dekken op een wijze die het meest strookt met zijn persoonlijke omstandigheden. De Stichting is rechtsgeldig tot stand gekomen, heeft een doel dat niet in strijd is met de bepalingen van de Wet op stichtingen en wordt bestuurd - tot op heden - door drie natuurlijke personen, die rechtsgeldig zijn benoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b, en de alinea staat in dat document op bytes 10403 tot 12966.