Citaat | Hoge Raad 17 oktober 1973
Alinea 45 Hoge Raad 17 oktober 1973
Een alinea uit Hoge Raad 17 oktober 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4623.
- quod non - dan nog heeft belanghebbende geen bijzondere feitelijke zeggenschap over het vermogen van de Stichting. Dit vermogen is vooralsnog - per ultimo 1969 - te verwaarlozen en bestaat uit het aanvangskapitaal van de Stichting, te vermeerderen met die revenuen op dit aanvangskapitaal, welke niet noodzakelijk gereserveerd dienen te worden ter dekking van de verplichtingen die de Stichting contractueel op zich heeft genomen. Vervolgens wordt deze zogenaamde feitelijke zeggenschap beheerst door de bepalingen van de stichtingsakte en de Wet en het goede beheer of bestuur, dat de bestuurder van een stichting dient te voeren; een bestuur en beheer, dat in overeenstemming dient te zijn met de doelstelling van de Stichting, welke weliswaar inhoudt de behartiging van de belangen van de familie [X]-[A], doch op die enkele grond niet valt te vereenzelvigen met persoonlijke belangen van belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b, en de alinea staat in dat document op bytes 16009 tot 16931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/660ebc2dd95d0833f706d69cb13a8fd9ffc47e5a421bf8ab5828eb585fe2401b | shasum -a 256