Citaat | Hoge Raad 4 april 1973
Alinea 124 Hoge Raad 4 april 1973
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4701.
dat het Hof met laatstgemeld oordeel niet heeft bedoeld als eis te stellen, dat, wil van lijfrenten in de zin van artikel 45, lid 1, letter d, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 sprake kunnen zijn, ook moet vaststaan, dat in ieder geval uitkeringen zullen worden verricht, maar dat het Hof slechts tot uitdrukking heeft gebracht, dat de beantwoording van de vraag, of in het onderhavige geval bij in leven zijn van belanghebbende en/of diens echtgenote ooit uitkeringen zullen geschieden, in feite volledig afhangt van de
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c73fcb563c5ec6dbc3d768782c2332be788fe7f136bd18ec5e9484326085743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c73fcb563c5ec6dbc3d768782c2332be788fe7f136bd18ec5e9484326085743, en de alinea staat in dat document op bytes 26353 tot 26893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c73fcb563c5ec6dbc3d768782c2332be788fe7f136bd18ec5e9484326085743 | shasum -a 256