Citaat | Hoge Raad 7 februari 1973

Alinea 39 Hoge Raad 7 februari 1973

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4776.

Het behoort niet tot de taak van de Rechter de billijkheid van de verordening te beoordelen. Dat artikel 17 junctis de artikelen 1 en 2 zou leiden tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing, vermag het Hof niet in te zien. Dat in de heffing van het precariorecht een zekere mate van progressie is gebracht naar gelang van de hoeveelheid brandstof, welke door middel van een installatie wordt geleverd, acht het Hof geenszins onredelijk en willekeurig is het evenmin. Volledigheidshalve wil het Hof nog opmerken, dat de onderwerpelijke heffing ook niet in strijd is met het bepaalde in het eerste lid van artikel 20 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, vermits te dezen geen belasting wordt geheven ter zake van het gebruik van de openbare weg met motorrijtuigen, doch ter zake van iets anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16bf282b9267dcd50fc8f46d3df2bcd43ba3a9b28498bba1e7b528293f3140e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16bf282b9267dcd50fc8f46d3df2bcd43ba3a9b28498bba1e7b528293f3140e9, en de alinea staat in dat document op bytes 12832 tot 13658.