Citaat | Hoge Raad 7 februari 1973

Alinea 54 Hoge Raad 7 februari 1973

Een alinea uit Hoge Raad 7 februari 1973, ECLI:NL:HR:1973:AX4776.

Het Hof gaat, door uitsluitend te beslissen dat het niet nodig is dat de heffing zich richt naar het gebruik dat van de pompen wordt gemaakt, ten onrechte voorbij aan het gestelde in de subsidiaire grief van het beroepschrift, te weten dat de maatstaf van heffing een zodanige is dat geen enkel verband bestaat met kosten, zodat ook de Kroon niet na kon gaan of aan het vereiste in artikel 287 (1), eerste zinsnede, te weten dat slechts een matige winst mag worden gemaakt, werd voldaan, en heeft daardoor een onjuiste beslissing gegeven. Daardoor wordt de heffing gekwalificeerd, ook al zou deze geen accijns zijn, als een heffing die niet voorkomt in de gemeentewet, zodat de Verordening niet had mogen worden goedgekeurd. Uit de toelichting aan de Gemeenteraad bij indiening van de Precario-verordening (Verzameling 1966, nummer 637), welke bij het vertoogschrift van de Directeur der Gemeentebelastingen is gevoegd, blijkt dan ook duidelijk dat geen heffing als genoemd in artikel 275 of 277 (oud) van de gemeentewet werd beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16bf282b9267dcd50fc8f46d3df2bcd43ba3a9b28498bba1e7b528293f3140e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16bf282b9267dcd50fc8f46d3df2bcd43ba3a9b28498bba1e7b528293f3140e9, en de alinea staat in dat document op bytes 18396 tot 19442.