Citaat | Hoge Raad 13 juni 1975
Alinea 51 Hoge Raad 13 juni 1975
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC3080.
d. dat in de litigieuze overeenkomst noch uitdrukkelijk noch implicite aan artikel 283 van het Wetboek van Koophandel is gederogeerd; dat voorts niet valt in te zien, waarom door de billijkheid en het gebruik in de Nederlandse assurantiepractijk of de goede trouw een derogatie te dezen zou dienen te worden aangenomen; dat eerder het tegenovergestelde aannemelijk is, immers het onredelijk zou zijn, dat P.N.E.M. de onkosten verbonden aan de eerder vermelde verplichting tot voorkoming en/of beperking van de schade aan derden voor haar rekening zou moeten nemen, terwijl die kosten dienen om de Stad Rotterdam van schaden te ontlasten; dat de Stad Rotterdam ten slotte nog heeft gesteld dat P.N.E.M. jegens haar verplicht was de beslissing omtrent het al dan niet nemen van maatregelen, waardoor de schade aan derden voorkomen of verminderd zou kunnen worden en de bekostiging daarvan, aan de Stad Rotterdam over te laten;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd9ceeef3381883971c763bf76524088dba64a412e1d66577e29c198a3390045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd9ceeef3381883971c763bf76524088dba64a412e1d66577e29c198a3390045, en de alinea staat in dat document op bytes 16380 tot 17318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd9ceeef3381883971c763bf76524088dba64a412e1d66577e29c198a3390045 | shasum -a 256