Citaat | Hoge Raad 13 juni 1975

Alinea 60 Hoge Raad 13 juni 1975

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC3080.

Bovendien is onduidelijk wat de precieze betekenis is van de aangehaalde zinsnede, terwijl, welke deze bedoeling ook moge zijn, de overweging geen doeltreffende weerlegging geeft van de stelling van de Stad Rotterdam. Indien het Hof bedoelt te zeggen, dat door de voortschrijding der techniek huizen van een constructie, zoals deze tot dusverre gebruikelijk was, kunnen worden verplaatst, heeft het Hof miskend, dat ook bij de huidige techniek zulks een verplaatsing alleen mogelijk is, nadat de bewuste huizen van de grond waarin zij zijn gefundeerd zijn losgemaakt, en nadat zij dus door bepaalde technische maatregelen, die bezwaarlijk en ongebruikelijk zijn, de eigenschap van ‘’verplaatsbaar’’ te zijn hebben verkregen. De door het Hof genoemde feitelijke omstandigheid brengt derhalve niet mede, dat huizen van een gebruikelijke constructie, waarvan men kan stellen dat zij ‘’toch stellig als gebouw in de zin van artikel 1405 van het Burgerlijk Wetboek dienen te worden aangemerkt’’, als ‘’verplaatsbaar’’ kunnen worden beschouwd, althans niet als ‘’verplaatsbaar’’ in de zin, waarin de Stad Rotterdam deze term had gebezigd, namelijk als vatbaar voor verplaatsing zonder daaraan voorafgaande bezwaarlijke en ongebruikelijke maatregelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd9ceeef3381883971c763bf76524088dba64a412e1d66577e29c198a3390045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd9ceeef3381883971c763bf76524088dba64a412e1d66577e29c198a3390045, en de alinea staat in dat document op bytes 19659 tot 20949.