Citaat | Hoge Raad 19 december 1975

Alinea 74 Hoge Raad 19 december 1975

Een alinea uit Hoge Raad 19 december 1975, ECLI:NL:HR:1975:AC5664.

‘’3. Lloyd heeft akte verzocht dat zij na inzage van de betreffende stukken alsnog aanvaardt de juistheid van de bedragen waaromtrent een comparitie van partijen zou worden gehouden, zodat eindvonnis kan worden gewezen. Hieruit en uit het in voormeld tussenvonnis — waarbij de Rechtbank volhardt — overwogene volgt dat thans ook tussen pp. vaststaan de bedragen ad ƒ 1.517,50 (nota [A]), ƒ 278,76 (nota [B]) en ƒ 247,50 (nota Modern), alsmede dat deze posten toewijsbaar zijn, hetgeen reeds eerder beslist is ten aanzien van de post ad ƒ 360,-- (nota [C]). In totaal dient derhalve te worden toegewezen ƒ 2.403,76, doch de eis moet voor het overige ontzegd worden.’’;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08cefb07975e9d444538be9fa199d2d0f875becccb28fb95575e990a417497ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08cefb07975e9d444538be9fa199d2d0f875becccb28fb95575e990a417497ab, en de alinea staat in dat document op bytes 18946 tot 19643.