Citaat | Hoge Raad 21 januari 1976

Alinea 20 Hoge Raad 21 januari 1976

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 1976, ECLI:NL:HR:1976:AX3822.

Ter zake van deze overeenkomst heeft belanghebbende op 2 mei 1973 aangifte gedaan voor het recht van schenking; bij deze aangifte gaf hij een samenvatting van de inhoud der overeenkomst en vermeldde hij als - op de voet van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 berekende - waarde van de bij overeenkomst gevestigde lijfrente een bedrag van f 218.700, --; bij de aangifte deelde hij voorts mede, dat hij deze aangifte deed op verzoek van de Inspecteur der registratie en successie te Rotterdam en dat hij van mening was, dat het verschil tussen voormeld waardebeloop ad f 218.700, -- en de koopsom ad f 180.000, -- niet als geschonken viel te beschouwen; het bij de onderhavige aanslag geheven recht van schenking is geheven over vorenbedoeld verschil ad f 38.700, -- , onder toepassing van artikel 5, lid 4, van de Successiewet 1956 met - f 9.976, -- verhoogd tot f 48.676, --. ";

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bafabfea3397390681c37bfd283f7dc4ec7f53e7901d5b20eeccee047733535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bafabfea3397390681c37bfd283f7dc4ec7f53e7901d5b20eeccee047733535, en de alinea staat in dat document op bytes 6839 tot 7736.