Citaat | Hoge Raad 21 januari 1976

Alinea 26 Hoge Raad 21 januari 1976

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 1976, ECLI:NL:HR:1976:AX3822.

dat toch in dat geval belanghebbende zich ten gunste van zijn zuster een voordeel zou hebben laten ontgaan; dat zulks uit vrijgevigheid zou zijn geschied, nu niet gesteld of gebleken is, dat belanghebbendes financiële positie (bij voorbeeld een dringende behoefte aan liquide middelen) hem zou hebben genoodzaakt genoegen te nemen met een te lage koopsom, terwijl vaststaat, dat tegenover het voor belanghebbendes zuster in het beloop dier koopsom gelegen voordeel geen enkele contra-prestatie harerzijds stond; dat vrijgevigheid als bedoeld in artikel 1, lid 2, voormeld niet uit altruïstische motieven behoeft voort te komen en zelfs, wanneer eigenbelang de beweegreden is, aanwezig kan zijn; dat het begrip vrijgevigheid voorts geenszins in zich sluit, dat het offer, dat men bij het sluiten van een overeenkomst brengt door zich ten gunste van de wederpartij een voordeel te laten ontgaan, gelijk is aan het voordeel, dat de wederpartij geniet; dat derhalve, zou belanghebbende bij het toekennen van de onderhavige lijfrente genoegen hebben genomen met een te lage koopsom, voor de beantwoording van de vraag, of hij aldus zijn zuster uit vrijgevigheid bevoordeelde, zonder belang is het feit, dat tegenover het nadeel, besloten in de te lage koopsom, stond een besparing op inkomstenbelasting en dat belanghebbende tot de toekenning van de lijfrente is overgegaan met het oog op zodanige belastingbesparing; dat voor een bevestigende beantwoording van die vraag geen beletsel oplevert het feit, dat, naar belanghebbende stelt, over de grootte van de vermindering, welke de koopsom in verband met vorenbedoelde, door hem te genieten, belastingbesparing zou hebben te ondergaan, tussen zijn zuster en hem uitvoerig is onderhandeld; dat het toch voor de hand ligt aan te nemen, dat belanghebbende zich tegenover zijn zuster moreel verplicht achtte haar - door het bedingen van een te lage koopsom - te doen delen in het door hem in de vorm van een besparing op inkomstenbelasting te genieten voordeel, een morele verplichting, welke ook door zijn zuster aanwezig werd geacht en welker grootte het onderwerp der onderhandelingen uitmaakte; dat alleen het voldoen aan een civielrechtelijke schuld en niet ook het nakomen van een morele verplichting onverenigbaar is met vrijgevigheid;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bafabfea3397390681c37bfd283f7dc4ec7f53e7901d5b20eeccee047733535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bafabfea3397390681c37bfd283f7dc4ec7f53e7901d5b20eeccee047733535, en de alinea staat in dat document op bytes 12407 tot 14706.