Citaat | Hoge Raad 21 januari 1976

Alinea 31 Hoge Raad 21 januari 1976

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 1976, ECLI:NL:HR:1976:AX3822.

"Schending van artikel 1, lid 2, van de Successiewet 1956 casu quo van artikel 17, lid 1, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, doordat het Hof, hoewel tussen partijen vaststaat dat de litigieuze overeenkomst is aangegaan op zakelijke grondslag met het oog op een daarmede gezamenlijk te behalen voordeel, heeft beslist dat zulks uit vrijgevigheid zou zijn geschied, nu niet gesteld of gebleken is, dat belanghebbendes financiële positie (bij voorbeeld een dringende behoefte aan liquide middelen) hem zou hebben genoodzaakt genoegen te nemen met een te lage koopsom, terwijl vaststaat, dat tegenover het voor belanghebbendes zuster in het beloop dier koopsom gelegen voordeel geen enkele contra-prestatie harerzijds stond.";

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bafabfea3397390681c37bfd283f7dc4ec7f53e7901d5b20eeccee047733535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bafabfea3397390681c37bfd283f7dc4ec7f53e7901d5b20eeccee047733535, en de alinea staat in dat document op bytes 17353 tot 18109.