Citaat | Hoge Raad 2 december 1977

Alinea 28 Hoge Raad 2 december 1977

Een alinea uit Hoge Raad 2 december 1977, ECLI:NL:HR:1977:AB7213.

1) omdat de diensten, welke de Rechtbank bedoelt en welke Iberia, die, gelijk de Rechtbank overweegt, als luchtvaartmaatschappij een vervoersbedrijf uitoefent, in het gehuurde, in gebruik als passagebureau, aan het publiek verleent, te weten het verkopen, casu quo wijzigen of annuleren van vliegtuigbiljetten en het verstrekken van informatie over reismogelijkheden, niet zijn een ondergeschikte nevenactiviteit van het bedrijf van Iberia, aangezien in het bijzonder het sluiten van vervoersovereenkomsten en het daarvoor verstrekken van vliegtuigbiljetten en/of de daarop betrekking hebbende dienstverlening niet is een ondergeschikte nevenactiviteit van het vervoersbedrijf, doch juist de basis daarvan en een wezenlijke activiteit van zodanig bedrijf - zonder vervoersovereenkomsten geen vervoersbedrijf -, terwijl althans juist in het kader van het vervoersbedrijf en in het licht van het in artikel 1624, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde het sluiten van vervoersovereenkomsten niet ondergeschikt is te achten ten opzichte van de uitvoering daarvan, zijnde te dezen althans niet sprake van een ondergeschikte nevenactiviteit, waar in het gehuurde, als passagebureau, ook vliegtuigbiljetten worden gewijzigd of geannuleerd en informatie over reismogelijkheden wordt verstrekt, hebbende althans de Rechtbank oordelende gelijk zij gedaan heeft een met de wet strijdig begrip gehanteerd van “bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf, ..., een en ander indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal ... voor dienstverlening aanwezig is ...” in de zin van artikel 1624 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, zijnde voorts voor bedrijfsruimte in de zin van het in artikel 1624, lid 2 bepaalde niet vereist, dat de totale, aan het betreffende bedrijf inhaerente dienstverlening in het gehuurde plaatsvindt of dat het gehuurde daartoe bestemd is, terwijl aan de aanwezigheid van bedrijfsruimte in de zin van genoemd wetsartikel al evenmin in de weg staat, dat slechts een ondergeschikte nevenactiviteit van een bedrijf in het gehuurde wordt uitgeoefend, zijnde overigens, zoals eerder aangevoerd, in deze van een zodanige ondergeschikte nevenactiviteit geen sprake, hebbende de Rechtbank voorts in strijd met haar taak als appelrechter of haar motiveringsplicht nagelaten te beslissen omtrent de stelling van Kroonenberg dat het passagebureau als zodanig een kleinhandelsbedrijf of ambachtsbedrijf is, althans deze stelling in strijd met het recht, in het bijzonder artikel 1624, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, en haar motiveringsplicht, immers zonder gronden, verworpen, zijnde een passagebureau, als door Kroonenberg gesteld althans door de Rechtbank vastgesteld, een afzonderlijk of te onderscheiden kleinhandelsbedrijf of ambachtsbedrijf, althans een afhaal en besteldienst, hebbende de Rechtbank ten slotte miskend, dat voor de toepasselijkheid van artikel 1624, lid 2, niet bepalend is, waarvoor het gehuurde gebruikt wordt, doch waarvoor het bestemd is,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee1bfe27e6d11bed42d03b2407833be0d54c6ee24fa6934e55ad178969f7f5b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee1bfe27e6d11bed42d03b2407833be0d54c6ee24fa6934e55ad178969f7f5b1, en de alinea staat in dat document op bytes 10217 tot 13237.