Citaat | Hoge Raad 20 april 1977
Alinea 150 Hoge Raad 20 april 1977
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 1977, ECLI:NL:HR:1977:AX3560.
Schending van het recht en/of verzuim van vormen, waarvan de niet inachtneming nietigheid tot gevolg heeft, doordat het Gerechtshof, bij zijn uitspraak van 26 februari 1976 heeft beslist dat het koersverlies, ad ƒ 9.421,-- geleden op de dividendvordering en ontstaan tussen het moment van declaratie van het dividend en de inning van de dividendvordering, behoort tot de voordelen, waarop artikel 13, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ziet, zulks ten onrechte aangezien het Gerechtshof deze beslissing niet met redenen heeft omkleed, en voorts omdat het Gerechtshof heeft verzuimd te onderzoeken of dit verlies krachtens enige andere bepaling van de Wet op de vennootschapsbelasting, dan wel de Wet op de inkomstenbelasting in aanmerking dient te worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2, en de alinea staat in dat document op bytes 48137 tot 48931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2 | shasum -a 256