Citaat | Hoge Raad 20 april 1977
Alinea 52 Hoge Raad 20 april 1977
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 1977, ECLI:NL:HR:1977:AX3560.
dat, nu de onderhavige geldlening was aangegaan ter financiering van de verwerving der deelneming in [B] , de krachtens deze geldlening door belanghebbende verschuldigde rente behoorde tot de kosten, welke in de zin van artikel 13, lid 4, voormeld, verband hielden met bedoelde deelneming; dat het feit, dat dit voorschrift de aldaar omschreven ondernemingskosten niet in aftrek toelaat, in het algemeen geen grond opleveren om hun beloop anders te bepalen dan indien zij aftrekbaar zouden zijn; dat derhalve ten volle in mindering op de in dit boekjaar betaalde en (op de eindbalans) gepassiveerde rente strekt het (ƒ 1.790,-- te hoog vaststelde) bedrag, dat ter zake van rente over de maand april 1972 reeds als overlopende post was opgenomen onder de passiva van de balans per 30 april 1972; dat, daargelaten hoe in dat geval zou moeten worden beslist, niet gesteld of gebleken is, dat de vaststelling van laatstbedoelde transitoire post op een ƒ 1.790,-- te hoog bedrag als een fout viel aan te merken;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2, en de alinea staat in dat document op bytes 25045 tot 26066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2 | shasum -a 256