Citaat | Hoge Raad 20 april 1977
Alinea 58 Hoge Raad 20 april 1977
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 1977, ECLI:NL:HR:1977:AX3560.
Schending van het recht en/of verzuim van vormen, waarvan de niet inachtneming nietigheid tot gevolg heeft, doordat het Gerechtshof bij zijn uitspraak van 26 februari 1976 heeft beslist dat het door belanghebbende bij de gedeeltelijke aflossing van haar schuld uit geldlening geleden verlies - hoezeer ook verband houdende met de deelneming - niet is te rangschikken onder de in artikel 13, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bedoelde kosten, zulks ten onrechte omdat: hoewel aan het begrip kosten in artikel 13, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 weliswaar geen andere betekenis toekomt dan aan dit begrip overigens in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kan worden toegekend doch dat deze constatering niet leidt tot de door het Gerechtshof gemaakte gevolgtrekking, en omdat valutawinst, tot uitdrukking komende bij een (gedeeltelijke) aflossing van een schuld die is aangegaan ter financiering van een buitenlandse deelneming, dient te worden aangemerkt als negatieve kosten ex artikel 13, lid 4 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, aangezien het begrip kosten in dit verband omvat: alle positieve en negatieve offers die met de deelneming verband houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2, en de alinea staat in dat document op bytes 26700 tot 27919.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f8d6a4f29daa104c0baf12eab49a196e7671abbaf0d33529711d020160c110d2 | shasum -a 256