Citaat | Hoge Raad 4 juli 1978

Alinea 37 Hoge Raad 4 juli 1978

Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 1978, ECLI:NL:HR:1978:AB7159.

De Rechtbank heeft niet blijk gegeven van een onjuiste opvatting van artikel 1623e, aanhef en sub 2°, door op grond van de door haar geconstateerde feiten, zoals in de beschikking omschreven, te oordelen dat [verzoekster] zich niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt. In het bijzonder kon de Rechtbank laten meewegen dat [verzoekster] zonder toestemming van Shell de in de beschikking omschreven pottenbakkersoven heeft geplaatst en de dakdoorvoer heeft laten aanbrengen. Eveneens kon de Rechtbank laten meewegen dat de in de woning aangebrachte electrische voorzieningen naar de mening van het gemeentelijk energiebedrijf “zeer onveilig en gevaarlijk” waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fecc7beb58233a067ccfdefbc2a6668221746c575195d2863e09d9feeec6f41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fecc7beb58233a067ccfdefbc2a6668221746c575195d2863e09d9feeec6f41, en de alinea staat in dat document op bytes 13298 tot 13986.