Citaat | Hoge Raad 12 september 1978
Alinea 15 Hoge Raad 12 september 1978
Een alinea uit Hoge Raad 12 september 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC2616.
Dit nu is niet alleen niet bewezen, maar de Officier van Justitie heeft ter terechtzitting op 4 juni 1976 uitdrukkelijk afstand genomen van het primair ten laste gelegde (al blijkt dit niet uit het desbetreffende proces-verbaal) en gerequireerd op grond van art. 26 (1 en 2) W.v.W., omdat het onderzoek van de Rechter–Commissaris, bevolen door de Rechtbank bij interlocutoir vonnis van 28 november 1975 niet tot de slotsom had geleid en waarvan verdachte juist in het primair ten laste gelegde was verdacht, nl. de vraag, of, en zo ja, in hoeverre verdachte onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank verkeerde, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Desondanks heeft de Rechtbank verdachte veroordeeld, omdat het primair ten laste gelegde bewezen zou zijn verklaard, terwijl de Officier van Justitie juist van dit primair ten laste gelegde afstand had genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815, en de alinea staat in dat document op bytes 10342 tot 11253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815 | shasum -a 256