Citaat | Hoge Raad 12 september 1978
Alinea 34 Hoge Raad 12 september 1978
Een alinea uit Hoge Raad 12 september 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC2616.
Overwogen wordt, dat het hoogst onvoorzichtig rijden van verdachte de dood van iemand tengevolge heeft gehad, ten onrechte immers, uit de bewijsmiddelen volgt niet, dat de dood het gevolg is van het rijden van verdachte, terwijl n.b. uit het rapport van dokter [betrokkene 5] van het gerechtelijke geneeskundig laboratorium (pag. 5) juist blijkt, dat de letsels weliswaar ernstig waren, doch op zich niet noodzakelijkerwijs tot het intreden van de dood hadden behoeven te leiden. Als verwikkeling van het oplopen van de letsels en de daardoor noodzakelijke bedrust is trombose ontstaan waaruit dodelijke longembolie is voortgekomen. In de conclusie wordt nog eens uitdrukkelijk gesteld: ‘’het oplopen van de letsels had niet noodzakelijkerwijs tot het intreden van de dood behoeven te leiden’’. Er is derhalve geen oorzakelijk verband tussen de aanrijding en de dood. Met name dringt zich hier de vraag op, of medisch geen fouten zijn gemaakt. Zijn voldoende ont- of anti-stollingsmiddelen althans de goede middelen gebruikt?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815, en de alinea staat in dat document op bytes 14738 tot 15785.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815 | shasum -a 256