Citaat | Hoge Raad 12 september 1978

Alinea 38 Hoge Raad 12 september 1978

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC2616.

Verdachte is bij het bestreden arrest, waarbij het vonnis van de Rechtbank op onjuiste gronden is bevestigd, veroordeeld, dat aan zijn schuld, bij gelegenheid van een botsing met een door hem bestuurd motorrijtuig, de dood van een ander en zwaar lichamelijk letsel van een ander te wijten zou zijn, ten onrechte, immers, schuld in dit verband wordt aanwezig geacht, wanneer er sprake is van hoogst onvoorzichtig rijden. Dit nu kan aan verdachte niet verweten worden en is in ieder geval niet op te maken uit de gebezigde bewijsmiddelen. Zoals blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting van het Gerechtshof te Leeuwarden op 6 december 1977 is dit door de raadsman van verdachte in zijn pleidooi aangevoerd. Er is toen gesproken over het mogelijk aanwezig zijn van een beoordelingsfout.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fcd72bad61f63e01be806b94858e5b2482199fcedad4b41cf9ec275a6f4d815, en de alinea staat in dat document op bytes 16031 tot 16838.