Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978

Alinea 104 Hoge Raad 30 juni 1978

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6324.

Indien het oordeel van de Rechtbank (mede) is gebaseerd op de (in conventie ontwikkelde) gedachtengang dat [verweerster] bij memorie van antwoord impliciet zou hebben erkend dat het herstel van de in meergenoemd deskundigenrapport genoemde gebreken geheel of ten dele voor haar rekening komt, is dat oordeel rechtens onjuist althans niet naar de eis der wet met redenen omkleed op de gronden als vermeld in het eerste cassatiemiddel onder a, welke hier als herhaald en overgenomen moeten worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2, en de alinea staat in dat document op bytes 33810 tot 34329.