Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978

Alinea 61 Hoge Raad 30 juni 1978

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6324.

[eiser] heeft zijn derde grief niet nader toegelicht. Weliswaar heeft hij bij conclusie van antwoord betwist dat [verweerster] een bedrag van ƒ 8.412,50 opeisbaar van hem te vorderen heeft; daaraan heeft hij echter niets anders ten grondslag gelegd dan zijn beroep op de exceptio non adimpleti contractus, dat de Rechtbank hiervoren reeds besproken heeft, en zijn beroep op compensatie met zijn reconventionele vordering uit wanprestatie, waarop de Rechtbank hierna zal ingaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2, en de alinea staat in dat document op bytes 19033 tot 19533.