Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978
Alinea 91 Hoge Raad 30 juni 1978
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6324.
‘’Schending van het recht en/of verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, doordat de Rechtbank in het bestreden vonnis, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd, in conventie heeft overwogen en beslist, dat de huurder slechts in zeer bijzondere gevallen betaling van de huurprijs achterwege mag laten, zodat [eiser] zich niet op de exceptio non adimpleti contractus kan beroepen ter afwending van de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst, die is gebaseerd op wanprestatie bestaande uit het niet betalen van de huurpenningen. Met die zeer bijzondere gevallen is bedoeld, dat de huurder het genot van het gehuurde overeenkomstig zijn bestemming heeft moeten missen, waarvan in cassatie kan en mag worden uitgegaan. Dit oordeel is onjuist, daar [eiser] wel op grond van de aan het niet betalen van huurpenningen voorafgaande wanprestatie van [verweerster] , bestaande uit het ondanks sommatie niet doen herstellen van gebreken aan het gehuurde pand, gerechtigd was om met een beroep op de exceptio non adimpleti contractus betaling van de huurpenningen achterwege te laten ook al heeft hij het genot van het gehuurde overeenkomstig zijn bestemming niet, althans niet geheel, moeten missen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2, en de alinea staat in dat document op bytes 25962 tot 27225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4e15c6cc4303a37bf00c1f883beeb66fca6cf818ebb1d610913ebbb6ee25db2 | shasum -a 256