Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978

Alinea 12 Hoge Raad 30 juni 1978

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6325.

Bij exploit van 18 juni 1976 heeft de eiser tot cassatie, hierna te noemen [eiser] , de verweerder in cassatie, hierna te noemen [verweerder] , gedagvaard voor de President van de Arrondissementsrechtbank te Zwolle, rechtsprekend in kort geding, en gevorderd primair [verweerder] te veroordelen om de eigendom van het winkelwoonhuis met garage, erf en tuin, gelegen aan de [a-straat 1] te [woonplaats] , aan [eiser] te laten tegen betaling door [eiser] van de overeengekomen koopsom, groot ƒ 349.615,24, en mee te werken aan het transport van voormeld onroerend goed binnen tien dagen na de betekening van het te wijzen vonnis, alles op straffe van een dwangsom van ƒ 1.500,-- per dag, subsidiair [verweerder] op straffe van een dwangsom van ƒ 400.000,-- te verbieden over te gaan tot vervreemding van voormeld onroerend goed aan een ander dan aan [eiser] of diens rechtsopvolger totdat in rechte zal zijn uitgemaakt voor welke prijs [verweerder] dat onroerend goed aan [eiser] zal moeten laten, waarbij [eiser] de procedure die tot een gewijsde over de hoogte van de koopsom zal moeten leiden, binnen vier weken, te rekenen vanaf de dag waarop het in deze te wijzen vonnis zal worden uitgesproken, zal inleiden, met veroordeling van [verweerder] in de kosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a, en de alinea staat in dat document op bytes 5062 tot 6338.