Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978
Alinea 53 Hoge Raad 30 juni 1978
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6325.
D) de omstandigheid dat Wibra en [eiser] in gerechtvaardigd vertrouwen op de door [verweerder] gewekte schijn rechtshandelingen hebben verricht, waardoor zij, indien het optiebeding (gelijk het Hof heeft aangenomen) als vervallen zou moeten worden beschouwd, in een ongunstiger toestand zouden komen dan waarin zij anders zouden hebben verkeerd, aangezien (gelijk is gesteld in memorie van antwoord sub 2) [eiser] afgaande op deze schijn heeft afgezien van een continueren van zijn contractuele relatie met Wibra, terwijl Wibra - eveneens van mening dat [verweerder] zich kennelijk ook jegens [eiser] gebonden achtte - de hoofdhuurovereenkomst tot een einde heeft laten komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a, en de alinea staat in dat document op bytes 19750 tot 20439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a | shasum -a 256