Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978

Alinea 54 Hoge Raad 30 juni 1978

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6325.

Een en ander klemt nog te meer, nu aldus niet slechts schade dreigt voor [eiser] , maar ook voor Wibra, die mogelijk als wederpartij van [eiser] ten aanzien van het optiebeding aansprakelijk zal worden gehouden. Ten aanzien van [eiser] zij voorts nog aangetekend, dat het geenszins zeker is dat hij de onderhuurovereenkomst van 3 januari 1972 tegen een huurprijs van ƒ 15.000,-- per jaar zou hebben gesloten, indien hem toen bekend was geweest dat door [verweerder] de ten aanzien van artikel 14 (het optiebeding) gewekte schijn niet zou worden gehonoreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a, en de alinea staat in dat document op bytes 20445 tot 21016.