Citaat | Hoge Raad 30 juni 1978
Alinea 60 Hoge Raad 30 juni 1978
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6325.
C) ten onrechte, aangezien het Hof, de binding van het optiebeding in principe tussen partijen aannemend (maar oordelend dat het gelijk t.a.v. de uitleg van het optiebeding aan de zijde van [verweerder] lag), niet had mogen concluderen “dat [eiser] het aanbod van [verweerder] niet heeft aanvaard”, althans niet onder omstandigheden gelijk in casu, nu het hier ging om een door [verweerder] op basis van zijn uitleg van het optiebeding gedaan aanbod van ƒ 447.247,64, welk aanbod door [eiser] (alleen) niet is aanvaard, omdat hij dit bedrag als te hoog beschouwde op grond van de door hem voorgestane interpretatie van de litigieuze indexcijfers, zodat het Hof uit het oog heeft verloren dat onder zodanige omstandigheden de redelijkheid gebiedt dat het aanbod door [verweerder] in stand wordt gehouden totdat over de juistheid van (de berekening van) dit aanbod onherroepelijk is beslist, casu quo nog gedurende een redelijke termijn na de beslissing over het tussen partijen gerezen berekeningsgeschil.”;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a, en de alinea staat in dat document op bytes 24166 tot 25192.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e08e146070d6ca4f47ae11e98f57f4d78b897b425ee4870f12e9a5317a5eb50a | shasum -a 256