Citaat | Hoge Raad 22 december 1978
Alinea 30 Hoge Raad 22 december 1978
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6449.
4. Aangezien partijen, toen zij dat arbitragebeding opnamen, blijkens de tekst ervan hebben gedacht aan een arbitrage door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en de scheidslieden, alvorens de arbitrageprocedure een aanvang te doen nemen, middels een schrijven van hun voorzitter aan beide partijen hebben laten weten, overeenkomstig de benoemingsbrief van bedoelde maatschappij recht te zullen spreken "als goede mannen naar billijkheid’’, terwijl partijen vervolgens, zonder enig protest tegen deze taakopvatting, de arbitrageprocedure zijn begonnen en, in het kader van die procedure, hun standpunten schriftelijk en mondeling hebben kenbaar gemaakt en toegelicht, acht de Rechtbank dit bezwaar ongegrond, zulks nog temeer nu partijen de onderhavige kwestie als apothekers kennelijk aan bedoelde maatschappij hebben willen overlaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975, en de alinea staat in dat document op bytes 12043 tot 12936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975 | shasum -a 256