Citaat | Hoge Raad 22 december 1978

Alinea 37 Hoge Raad 22 december 1978

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6449.

8. De Rechtbank kan niet inzien dat de scheidslieden bij hun boven omschreven veroordeling wezenlijk zijn afgeweken van wat [verweerder] blijkens het zoëven gestelde oorspronkelijk had gevorderd noch dat de scheidslieden hier meer hebben toegewezen dan [verweerder] blijkens deze vordering had verzocht. Weliswaar doet de wijze waarop [verweerder] zijn vordering destijds heeft toegelicht vermoeden, dat hijzelf vooral het oog had op een geïndexeerde verzekering die de jaarlijkse door hem te ontvangen termijnen zou waarborgen, derhalve op een verzekering tot een lager bedrag dan blijkens het bovenstaande door scheidslieden is voorzien, maar de wijze waarop [verweerder] zijn vordering destijds heeft geformuleerd was dermate ruim, dat zij een veroordeling als hierboven omschreven zeker verdraagt. Een en ander brengt met zich mee dat naar het oordeel van de Rechtbank artikel 649 sub 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in casu niet van toepassing is en dat derhalve het onderhavige bezwaar, evenals het vorige, moet worden verworpen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975, en de alinea staat in dat document op bytes 15264 tot 16333.