Citaat | Hoge Raad 22 december 1978

Alinea 60 Hoge Raad 22 december 1978

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6449.

Het Hof is op een andere wijze tot de slotsom gekomen — in rechtsoverweging 5 — dat niet is gebleken dat het arbitraal vonnis op de gestelde gronden buiten de grenzen van het compromis is gewezen. Het Hof heeft immers — na vastgesteld te hebben dat de arbiters zelf gesteld hadden (in hun vonnis) dat zij oordeelden als goede mannen naar billijkheid — overwogen en beslist dat niet gebleken is dat de arbiters, rechtsprekende als goede mannen naar billijkheid, daarbij niet hebben geoordeeld overeenkomstig de gewone regelen van het recht en dat [eiser] dit ook niet heeft gesteld (rechtsoverweging 3). Dat niet gebleken is dat de arbiters niet hebben geoordeeld volgens de regelen van het gewone recht adstrueert het Hof met de overweging dat de arbiters zich gebonden achtten aan partij-afspraken en voorts in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen 1374 en 1375 van het Burgerlijk Wetboek hebben beslist, wat de goede trouw, de aard van de overeenkomst, de billijkheid en de redelijkheid en het gebruik te dien aanzien met zich bracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 233e0de942dbaaa71f0f3445f172bf926aaef9f54253ceccd81362be5bc5d975, en de alinea staat in dat document op bytes 21628 tot 22696.