Citaat | Hoge Raad 7 juni 1978

Alinea 48 Hoge Raad 7 juni 1978

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 1978, ECLI:NL:HR:1978:AX2935.

Het Hof overweegt weliswaar dat de in het geding zijnde uitgaven naar hun aard normaliter voor rekening van de kerkelijke instelling komen doch er is niet gesteld of gebleken dat belanghebbende de uitgaven bij de instelling had kunnen declareren en daarvan vrijwillig heeft afgezien, in welk geval van een gift in de zin van artikel 47 wel sprake zou kunnen zijn. De Staatssecretaris moge in dit verband verwijzen naar de uitspraken van het Hof Leeuwarden van 20 juni 1975, nummer 3/75 (BNB 1976/106) en van het Hof Arnhem van 18 maart 1977, nummer 37/76 (Vakstudie-Nieuws 1978, bladzijde 40). Hij merkt in dit verband nog op dat hij de uitspraak van het Hof 's-Hertogenbosch van 22 juni 1971, nummer 754/70 (FED IB'64: Artikel 47:14) niet juist acht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e0ba0cac2d47e6645f1f6189affda48c185a0528f9600b7240ff44f3463c3a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e0ba0cac2d47e6645f1f6189affda48c185a0528f9600b7240ff44f3463c3a1, en de alinea staat in dat document op bytes 13668 tot 14432.