Citaat | Hoge Raad 15 maart 1978

Alinea 32 Hoge Raad 15 maart 1978

Een alinea uit Hoge Raad 15 maart 1978, ECLI:NL:HR:1978:AX2976.

Per 22 september 1972 had belanghebbende zijn onderneming verkocht aan zijn zoon. Belanghebbende is geboren op 25 december 1908. Zijn vermogen bestond op 1 januari 1972 onder andere uit effecten ad f 102.382, -- , bedrijfsvermogen ad f 102.200, -- , banktegoeden ad f 13.657, -- , kasgeld ad f 6.500, -- , voer- en vaartuigen ad f 20.000, -- en een vordering ad f 40.752, --. Na aftrek van schulden bedroeg het vermogen in volle eigendom f 232.186, --. Een belangrijk argument om eerdergenoemde obligaties te kopen lag mede in het toen bestaande zogenaamde -O-gulden circuit. Rond de tijd van belanghebbendes emigratie was het aan niet Nederlands ingezetenen slechts beperkt toegestaan Nederlandse obligaties te kopen. Men kon die obligaties slechts kopen met zogenaamde -0-guldens. Dit waren guldens die vrij kwamen bij de verkoop door andere niet-ingezetenen van Nederlandse obligaties. Door de vraag naar deze guldens deden zij een agio ten opzichte van de "gewone gulden". De koers varieerde tussen 1 juli 1972 en 1 juli 1973 tussen 1.01 en 1.072. Wanneer men tijdens het Nederlandse ingezetenschap Nederlandse obligaties kocht en daarna emigreerde werd door de grensoverschrijding het pakket obligaties meer waard aangezien de nominale guldenswaarde een -0-guldenswaarde werd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d15a39b4ca74c9f4f029917eddad8976469238cd68c8b2c5802a1a4a01ffed6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d15a39b4ca74c9f4f029917eddad8976469238cd68c8b2c5802a1a4a01ffed6a, en de alinea staat in dat document op bytes 9172 tot 10466.