Citaat | Hoge Raad 2 november 1979

Alinea 65 Hoge Raad 2 november 1979

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 1979, ECLI:NL:HR:1979:9.

Aldus oordelende geeft het Hof blijk van miskenning van het begrip: goede trouw, althans van de werking ervan in de onderhavige overeenkomst; immers van de overeenkomst, althans van het beding, neergelegd in artikel 6 van die overeenkomst, blijkens de door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden niet gezegd kan worden dat deze/dit is aanvaard onder zodanige omstandigheden steeds zou mogen worden verlangd, hetgeen in het bijzonder geldt in het onderhavige geval, waarin, naar het Hof vaststelt, het beding van artikel 6 — voor [eiser] een betalingsverplichting met zich meebrengend van ƒ 292.884,-- — voor de ‘’beslechting’’ van de financiële moeilijkheden van [verweerster] niet nodig was en deze feiten en omstandigheden aan de juniores, de seniores, en derhalve ook aan [verweerster] bekend waren, althans ook bij [verweerster], daar immers de seniores haar directeuren waren, en een of meer der juniores haar directeuren zijn, bekend mochten worden verondersteld;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e246e12aea5480ed1f7b33b4d98145ed820aeca321bc851f4df1635ab0abdfdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e246e12aea5480ed1f7b33b4d98145ed820aeca321bc851f4df1635ab0abdfdc, en de alinea staat in dat document op bytes 21601 tot 22604.