Citaat | Hoge Raad 2 november 1979

Alinea 70 Hoge Raad 2 november 1979

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 1979, ECLI:NL:HR:1979:AB7450.

Het Hof heeft in het onderhavige geval de vraag, of wegens misbruik van omstandigheden de overeenkomst of het daarin opgenomen artikel 6 geen oorzaak dan wel een ongeoorloofde oorzaak heeft, ondanks de aanwezigheid van de in het middel opgesomde elementen zonder schending van enige rechtsregels ontkennend kunnen beantwoorden, gelet op de andere in zijn arrest genoemde elementen. Het Hof heeft daarbij kennelijk zwaar laten wegen de vergelijking van de situatie waarin de seniores na aanvaarding van bedoeld artikel verkeerden, met die waarin zij zich zouden hebben bevonden, indien het saneringsplan — in het kader waarvan de akte van 15 april 1970, inhoudende bedoeld artikel, was opgemaakt — niet was uitgevoerd, een situatie waarbij het zich liet aanzien dat de seniores niet slechts hun privé-vermogen verspeeld zouden hebben, maar ook nog zouden zijn blijven zitten met aanzienlijke schulden. In een geval als het onderhavige, waarin de ene partij handelde onder invloed van een economische dwangpositie, zou voor een ander oordeel plaats kunnen zijn als zich nog andere omstandigheden dan die in het middel genoemd hadden voorgedaan, bijvoorbeeld als de andere partij voor zichzelf of voor een derde een klaarblijkelijk onevenredig groot voordeel had bedongen. Omtrent zodanige andere omstandigheden heeft het Hof echter niets vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f9fea564bdc641778b5482e79f574fa88d6b2013305c50e9c821963383b5f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f9fea564bdc641778b5482e79f574fa88d6b2013305c50e9c821963383b5f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 24155 tot 25521.